Nog vier dagen.
Vandaag staat er een Cruise Interval Run van zesentwintig minuten op het programma.
Tien minuten in tempozone 2.
Vijf minuten in zone 3.
Eén minuut rust.
En afsluitend weer zone 2.
Tijdens het rennen denk ik aan de training van afgelopen maandag. Die ging niet lekker.
Mijn lichaam weet dat nog.
Ik denk ook aan wat ik vanmorgen heb gedaan.
Ik heb op de site van de wedstrijd gekeken.
Naar de tijden van vorig jaar.
Ik schrok me een hoedje.
Mensen rennen daar de tien kilometer in vierendertig minuten.
Dat haal ik nooit.
De moed zakt me even in de schoenen.
Tot ik me realiseer dat ik pas net begonnen ben.
En ook nog eens op latere leeftijd. Vijfenvijftig.
Daarvoor sportte ik nauwelijks.
Ik dronk veel.
Ik gebruikte drugs.
Het is niet eerlijk om mezelf met topsporters te vergelijken.
Dat weet ik ook wel.
Even denk ik: misschien had ik me beter kunnen inschrijven voor de vijf kilometer.
Maar dat vindt mijn ego niet goed.
Kwart marathon.
Dat klinkt ergens naar.
Al ren ik ’m op mijn knieën.
Ik zal ’m uitlopen.
In de lijst zie ik ook tijden van een uur en vijftien minuten bij de senioren.
Dat moet ik kunnen halen, denk ik.
Mijn horloge zegt dat ik de tien kilometer in een uur en één minuut moet kunnen rennen.
Daar houd ik me maar aan.
Ik moet mezelf niet spiegelen aan anderen.
Zeker niet aan topsporters.
Ik spiegel me aan mijn oudere zelf.
De nieuwe versie is altijd fitter dan de ongezonde versie die ik was.
Op de achtergrond zingt Anxiety.
Oh, I feel anxiety.
Ik voel het ook.
Maar het loopt met me mee.
Niet voor me uit.
Niet achter me aan.
Ik ren.
En dat is genoeg.
