Vandaag is het nog acht dagen tot de wedstrijd.
Op het schema staat een Pace Run van dertig minuten.
Tien minuten in zone 1.
Twintig minuten in zone 2.
Maandag had ik dit ook moeten doen. Dat is niet gelukt.
Mijn horloge stond verkeerd afgesteld. Zelfs als ik wandelde, zei mijn AI-coach dat ik te snel ging. Dat werkte niet echt motiverend.
Na wat zoeken in de app ontdekte ik dat de instellingen niet klopten.
Maar toen ik het eenmaal doorhad, was het al later in de week.
Ik had één training afgebroken en twee trainingen laten schieten.
Het sneeuwde.
Ik kwam moe thuis van mijn werk.
En na een vakantie kost alles weer extra energie. De eerste week moet ik altijd opnieuw wennen. Dat weet ik van mezelf.
De eerste dag terug op het werk hadden we geen lessen, maar vergaderingen.
We hadden ook een gastspreker: de gelukspsycholoog Josje Smeets.
Ze vertelde me niet veel nieuws, maar toch iets wat bleef hangen.
Dat als je rent, je alle vier de belangrijkste gelukshormonen aanmaakt.
Serotonine. Dopamine. Endorfine. Oxytocine.
En dat een half uur rennen tot wel twaalf uur positieve effecten kan hebben.
Als zij geluk wilde voelen, ging ze rennen.
Het weerhield me er niet van om de afgelopen week trainingen af te breken of over te slaan.
Die effecten voelde ik vandaag.
De training verliep traag.
Ik kwam niet in mijn ritme.
Mijn AI-coach was nu wel goed afgesteld en begeleidde me netjes door de zones.
Toch begon dat stemmetje weer.
Het stemmetje dat zegt dat stoppen ook een optie is.
Het zeurde.
Ik herkende het.
Dit was zelfsabotage.
Dus deed ik wat ik altijd doe.
Ik begon tegen mezelf te praten.
Dat ik rennen leuk vind.
Dat het goed voor me is.
Dat ik er gelukkiger van word.
Dat het ergens toe leidt.
Dat is mijn remedie tegen zeurende gedachten.
Mezelf opnieuw programmeren.
Dat deed ik ook toen ik net begon.
Toen ik nog geen minuut kon rennen en al wilde opgeven.
Als ik mezelf vergelijk met wie ik toen was, zie ik dat ik vooruit ben gegaan.
Mijn inspanningen zijn niet voor niets geweest.
Ik had ook al die tijd op de bank kunnen liggen.
Dan was ik nu nog steeds degene die ik vorig jaar was.
Vanavond ga ik voor Nieuwe Mensen Leren Kennen een verhaal voorlezen.
Over een vader die ook moeite heeft zichzelf opnieuw te programmeren.
Hij wil stoppen met drinken omdat hij dat zijn kinderen heeft beloofd.
Hij wil gezond leven.
Net als ik.
Terugvallen kan gebeuren.
Niet omdat je niets geleerd hebt, maar juist omdat je iets geleerd hébt.
Wat je eenmaal geleerd hebt, kun je niet meer ontleren.
De verbindingen zijn gelegd.
Je kunt alleen nieuwe verbindingen maken.
En die dikker maken.
Dat kost tijd.
En herhaling.
En inspanning.
Ik vraag me af hoe de wedstrijd zal zijn zonder AI-coach.
Zonder stemmetje in mijn oor dat zegt wat ik moet doen.
Misschien wandel ik af en toe een stukje om op adem te komen.
Maar ik zal de tien kilometer uitlopen.
En als ik dat doe, ben ik een renner.
Niet iemand die zichzelf verdooft.
Niet iemand die vlucht.
Maar een plantaardige renner.
Zonder stimulerende middelen.
Alles op eigen kracht.
